Kon’nichiwa watashi no yūjin,

Zoals jullie vast weten ben ik momenteel in Japan en terwijl ik dit schrijf ben ik onderweg naar het Kawaii Monster Café.

Yup. Hoe je dat voor je moet zien? Beeld je maar een vliegende, regenboog kotsende, veels te vrolijke eenhoorn in, want dat is ongeveer hoe het café in elkaar zit.

Japan is, tja, waar moet ik beginnen. Toen ik hier aankwam na een 11 uur durende vlucht en welgeteld een halfuur slaap, stond ik meteen versteld van hoe bijzonder dit land is. Er zijn bi-zar veel ongeschreven regels. Netjes achter elkaar in een rij staan als je op de metro wacht, bijvoorbeeld

Als je je daar als reus, want ja, de gemiddelde lengte hier is vrij klein, meteen aan moet aanpassen is dat best een uitdaging. Het is safe to say dat ik de eerste twee dagen helemaal geen fuck snapte van dit land. En dan heb ik het nog niet eens over de taal.

Maar nu ik er een aantal dagen ben en ik gewend ben aan hoe het land in elkaar zit, kijk ik echt mijn ogen uit. Tokio bestaat uit een combinatie van veel verschillende wijken. Zo heb je bijvoorbeeld Shinjuku, de commerciële kant van Tokio. Je vindt hier vooral de schreeuwende neon reclameborden en flink wat kattencafés (en ik zou mezelf niet zijn als ik daar niet naar binnen zou zijn gegaan).

Een paar metrohaltes verderop bevindt zich Harajuku. Dit wordt ook wel de Kawaiiwijk van Tokio genoemd. Enorm schattig, maar ook enorm druk. Je wordt er nog net niet platgedrukt. Maarja, is ook niet gek als je bedenkt dat er zo’n tien miljoen mensen wonen. Reis je dan weer een stukje verder naar Ueno, dan kom je uit in een enorm park middenin het centrum. “Hier kun je toch alsnog niet rustig zitten”, zou je denken. Toch wel. Het enige wat je hier hoort zijn vogels en heel zachtjes de auto’s die
suizen op de achtergrond. Je wordt overspoeld met tempels en bloemen en voor eventjes vergeet je de hectiek van zo’n drukke stad. Het is heel interessant om dit verschil zo duidelijk te zien. Tokio has many faces.

Hoe doe ik dat dan met de taal? Geen enkele Japanner kan Engels, maar dit weerhoudt ze niet ervan om jou te helpen. Ze zijn heel erg in zichzelf gekeerd maar als jij ze om hulp vraagt dan helpen ze je meteen.
Soms hoef je ze niet eens om hulp te vragen. Met de paar woordjes die ze wél kennen en met Google Translate komen ze er wel. Ze nemen echt de tijd voor je. Lieve mensen zijn het.

Ik ben stiekem toch wel verliefd geworden op Tokio en baal enorm dat ik straks weer naar huis vlieg. Het is zo anders dan hoe wij het in Nederland hebben, je moet alles opnieuw ontdekken en dat
bevalt mij wel. Net zoals de Aziatische keuken, er zijn zoveel dingen wat wij in Nederland eigenlijk niet kennen. Het is zo leuk om dingen op de gok iets te bestellen en er dan vervolgens achter te komen dat het echt enorm lekker is.

Natuurlijk heb ik ook verser dan verse sushi gegeten en besta ik nu voor zo’n 99 procent uit noodles, want dat hoort er natuurlijk ook bij. Ik ben alleen wel enorm onhandig, dus met stokjes eten gaat soms nog wel eens flink mis, maar gelukkig bestaan er wasmachines.

Ik kan jullie echt aanraden om een keer naar Japan te gaan. Het is zo’n fantastische ervaring, het is nauwelijks in woorden uit te leggen. Ik had nooit gedacht dat ik de mogelijkheid zou krijgen om naar
Japan te gaan, maar nu ik er eenmaal ben wil ik eigenlijk niet meer terug.

じゃあ、また, Eline